Het denken

Denken kun je zien als een ruimte waarin de mens zichzelf ontmoet via gedachten, beelden, overtuigingen en conclusies. Het is geen abstract domein, maar een concrete innerlijke werkelijkheid die voortdurend invloed uitoefent op hoe iemand leeft, kijkt en handelt en kennis verzamelt. In die ruimte wordt betekenis gegeven.
Er worden ervaringen geïnterpreteerd, gebeurtenissen verklaard, en verhalen gevormd over wie we zijn en wat ons overkomt. Die verhalen lijken persoonlijk, maar zijn grotendeels opgebouwd uit herhaling, conditionering en aan-geleerde kaders.

 

Het denken is snel. Ze reageert voordat een woord, een zin volledig is aangekomen. Ze vult in, trekt conclusies, zet etiketten. Dat maakt haar efficiënt, maar ook gevaarlijk wanneer zij niet wordt herkend als ruimte, maar als werkelijk-

heid zelf. Veel mensen leven voornamelijk in hun denkwereld zonder dat te beseffen. Ze reageren niet op wat er gebeurt, maar op wat ze erover denken. Ze spreken niet vanuit aanwezigheid, maar vanuit innerlijke dialoog.
Daar ontstaat vervreemding niet van zichzelf.

 

De denkwereld splitst gemakkelijk. Ze kent tegenstellingen: goed en fout, winnen en verliezen, ik en de ander.
Zodra zij richting wil bepalen, ontstaat innerlijke spanning omdat de denkwereld zichzelf tot stuurmechanisme heeft gemaakt. In die spanning groeit het ego, en die probeert houvast te creëren in een werkelijkheid die beweegt.
Het ego verdedigt standpunten, houdt vast aan gelijk, en verzet zich tegen wat het niet kan beheersen.

De denkwereld wordt dan luid, loopt over en onrustig en die onrust wordt vaak verward met complexiteit of diepgang.

 

Werkelijke helderheid ontstaat pas wanneer de denkwereld weer wordt gezien voor wat zij is: een functionele ruimte,
geen bron van waarheid. Wanneer het denken niet hoeft te sturen, maar alleen waarneemt, ontstaat een heldere ruimte. Gedachten komen en gaan dan zonder dat ze gevolgd hoeven te worden. Beelden verliezen hun dwingend karakter. De innerlijke dialoog vertraagt.

Dan verschuift het zwaartepunt en zie je een diepere aanwezige laag waarin richting vanzelf ontstaat zonder innerlijke dialoog. De denkwereld wordt dan helder gereedschap, ondersteunt het handelen, laat ervaringen landen en maakt communicatie mogelijk. Zij staat niet meer tussen de mens en zijn wezenlijke ervaring in. Er is innerlijke ordening.

 

Wie zijn denkwereld kent, wordt minder meegesleurd. Wie haar doorziet, hoeft haar niet te bestrijden.
En wie haar haar plaats laat kennen, vindt rust.
 

 

Er is een pad, het gaat over bergen en door dalen, en brengt je naar oneindig veel mogelijkheden.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.