De drang
Er is een drang die voortdurend aanwezig is. Zij beweegt stil en ligt onder de lagen van het het denken en het voelen.
Het roept niet en geeft geen richting aan en draagt toch beweging in zich.
Het is een voortdurende aandrang tot verdieping, als een verlangen om te ervaren en vollediger te leven.
Zij laat zich niet vangen in woorden en heeft geen doel dat benoemd kan worden.
De mens voelt haar soms als onrust zonder oorzaak, soms als een stille spanning, soms als een weten dat iets niet meer klopt zonder dat duidelijk is wat dan wel.
Meestal blijft die drang op de achtergrond.
Het leven gaat door. Vormen vullen zich. Routines houden stand.
Tot het moment waarop de drang het mens-zijn aanraakt.
Die aanraking is geen gebeurtenis. Zij komt niet van buiten. Zij maakt geen lawaai. Zij is een samenvallen.
De drang en de mens vallen even samen in hetzelfde punt.
In dat punt verandert niets en toch alles.
Het lichaam voelt zich ineens gedragen. Emoties verliezen hun dwingende toon.
Gedachten komen en gaan zonder richting te eisen.
De mens herkent: wat beweegt, beweegt dieper dan zijn verhaal, dieper dan zijn geschiedenis.
Vanaf dat moment leeft hij verder in dezelfde wereld met dezelfde vormen, maar vanuit een andere grond.
De drang hoeft niet meer te trekken. Zij mag bewegen.
De mens hoeft zichzelf niet meer te verklaren. Hij mag verschijnen.
Als iemand die weet dat er beweging is en daarin kan rusten.
Er verschijnt helderheid zonder uitleg. Er ontstaat rust zonder stilstand.
Dan herken je dat het leven door je heen beweegt.
Leven wordt gedragen. Handelen volgt vanzelf. Keuzes ontstaan vanuit samenhang.
De drang beweegt verder als stroom. De mens beweegt mee als vorm.
