Communicatie
De mens die praat gaat steeds verder van zichzelf af, maar de mens die spreekt komt dichterbij zichzelf. Maar wat is eigenlijk praten en wat is spreken. Praten en spreken lijken op elkaar, maar ze komen uit een andere bron.
Praten ontstaat in het denken. Het reageert, ordent, legt uit. Het zoekt woorden om iets te verduidelijken, om ruimte te vullen, om contact te houden. Praten beweegt snel en veel, en het heeft zijn waarde in het dagelijks verkeer tussen mensen. Maar praten draagt geen gewicht. Het verplaatst informatie, geen waarheid.
Spreken komt uit een diepere laag. Het ontstaat wanneer iets innerlijk samenvalt. Wanneer er geen verdeeldheid meer is tussen voelen, weten en handelen. Spreken hoeft niets te bewijzen en niets te bereiken. Het staat.
Je herkent spreken niet aan de hoeveelheid woorden, maar aan hun werking. Er valt iets stil. Er wordt iets zichtbaar, omdat het klopt. Veel verwarring in communicatie ontstaat wanneer praten de plaats inneemt van spreken. Dan worden woorden herhaald, standpunten verdedigd, en gesprekken steeds voller zonder werkelijk iets te raken. Spreken vraagt meer dan praten. Het vraagt aanwezigheid en bereidheid om te zeggen wat gezegd moet worden en te zwijgen wanneer dat niet zo is.
Het zwijgen is geen afwezigheid van woorden. Het is de bewuste weigering om te spreken wanneer spreken geen waarheid draagt. Zwijgen ontstaat daar waar het denken wel woorden heeft maar het innerlijk geen toestemming geeft. Niet uit angst, niet uit terugtrekking, maar uit helderheid. In zwijgen wordt zichtbaar of iemand werkelijk aanwezig is. Wie zwijgt vanuit leegte, sluit zich af. Wie zwijgt vanuit innerlijke samenhang, houdt ruimte open.
Zwijgen is de plek waar praten stopt en spreken zich voorbereidt.
Veel mensen spreken om het zwijgen te vermijden. Omdat stilte confronteert en laat zien wat nog niet klopt.
Daarom wordt zwijgen vaak gevuld met uitleg, mening, reactie om spanning te dempen.
Wezenlijk zwijgen doet het tegenovergestelde. Het vergroot de spanning totdat helderheid ontstaat.
Het laat iets rijpen zonder het voortijdig vast te leggen in taal. In wezenlijk zwijgen valt het ego stil.
Zwijgen is geen einde van communicatie. Het is de grond waaruit spreken waar kan worden.
En wie dat onderscheid kent, weet: soms is zwijgen de meest precieze vorm van waarheid.
Wie leert het verschil te voelen, merkt dat communicatie verandert. Dan wordt taal geen middel om jezelf te handhaven, maar een uitdrukking van wat innerlijk recht staat.
